Verslag synodezitting 12-12-2003 | Een zwarte dag in de Nederlandse Hervormde Kerk | | In het decembernummer van 'Om de Hervormde Kerk' treft u een verslag aan van de synodezitting die op 12 december jl. is gehouden. Het is van de hand van ds. R. van Kooten die als synodaal afgevaardigde deze bijeenkomst integraal heeft bijgewoond. Naast een persoonlijke impressie treft u daarin ook een analyse aan van het laatste voorstel dat het moderamen heeft gedaan. Een voorstel dat niets anders was dan een oud voorstel in een nieuw jasje. |
Een persoonlijke terugblik | | Diep ingrijpend
De Nederlandse Hervormde Kerk heeft vrijdag 12 december onder leiding van ds. A.W. van der Plas in de Jacobikerk met slechts één stem over (ten aanzien van de vereiste 2/3 meerderheid) het besluit genomen om te fuseren met de Gereformeerde Kerken in Nederland en de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden.
Het is onmogelijk voor mij de emoties te beschrijven die zo’n besluit oproept. De generale synode heeft na 432 jaren besloten de Nederlandse Hervormde Kerk op te heffen. Een besluit dat nooit meer teruggedraaid kan worden! Ik kan zeggen dat ik in de uren na het besluit als het ware door alle fasen van een rouwproces ben heengegaan. Ontkenning: ‘Dit kan niet waar zijn’. Wanhoop: ‘O Heere, hoe kan dit?’ Ja, want het feit dat drie tot vier leden van de synode die zich rekenen tot de gereformeerde bond, hebben voorgestemd, maakt het voor mijn beleving en verwerking zo wrang. Ik doe geen uitspraak over de integriteit van hun motieven (de hele kerk, missionair, et cetera), maar het heeft enorme gevolgen. Diep ingrijpende gevolgen voor de kerk die God gaf als een geschenk in onze lage landen. Gevolgen die niet te overzien zijn voor hen die deze kerk niet kunnen prijsgeven voor een eenwording en eenheid die geen eenheid is. Over enige tijd zal blijken dat de kerk misschien door juridische lijntjes te trekken een voortzetting is van de drie kerken, maar het is niet meer de volkskerk die het eeuwig behoud van het volk op het oog heeft. Uit die bewogenheid met het ontkerstende volk kwam de kerkorde van 1951 op.
Ik kan de uitslag niet zomaar allereerst zien als een oordeel van God dat over ons komt, maar in de eerste plaats als een zaak die we zelf vrijwillig over ons halen. Het motief van de ballingschap kan moeilijk meer gehanteerd worden. Het gaat uiteindelijk om een vrij-willige verhuizing. Een vrouwelijke ouderling uit een vrijzinnige gemeente stemde tegen omdat zij een belangrijk deel van de kerk niet kwijt wil en broeders stemden voor. De band met het geheel woog hen uiteindelijk zwaarder dan de band met de historische kerk en de band met hun bezwaarde broeders. Ja, dat geeft ook het gevoel van verlatenheid. Godzijdank kwam na enige tijd toch het houvast op mij af dat de HEERE regeert, de hoogste Majesteit. Juist deze uitslag en dat wat er mee samenhangt, maakt ons duidelijk dat de Heere er iets mee te zeggen heeft. |
Moties en amendementen | | ’s Morgens kregen eerst mensen die een motie of amendement wilden indienen het woord. Zo’n negen sprekersvoeren het woord, van wie verschillenden met bewogenheid, met vrijmoedigheid en vastberadenheid het woord gevoerd hebben en een oplossing aanreikten om breuken en scheuren te voorkomen. Ik denk aan ds.A.A.Floor, Elburg, classis Harderwijk, oud-kerkvoogd B. Vellinga, classis Hilversum, ds.E.K.Teygeler, classis Breukelen, ds.J.L. Schreuders, classis Bommel, oud.J.de Jager, classis Alblasserdam. Zij kwamen met een voorstel tot opschorten, eerst federatie of fusie-federatie model. Zelf heb ik gevraagd om een associatie met die gemeenten die bezwaard zijn en niet mee kunnen de nieuwe kerk in.
Het is goed dat dit gebeurd is. Tot het einde toe is er met volle inzet gestreden om scheuren en breuken te voorkomen en de band te bewaren. Tegelijk is er voor mij iets heel principieels gebeurd. Dr.P. van den Heuvel en dr.B.Plaisier gaven hun licht over de moties en amendementen. Nadrukkelijk werden ze afgewezen. Bovendien spraken zij hun verwondering er over uit dat mensen die de nieuwe kerk zo slecht vinden dat ze niet mee kunnen, er wel een federatie of associatie mee willen. Dat vooronderstelt volgens hen, met verwijzing naar de kerkorde, een grote mate van overeenstemming inzake geloof en kerkorde. Met andere woorden als belijden en kerkorde door bezwaarden worden afgewezen omdat zij onaanvaardbaar zijn, dan is federatie of associatie principieel onmogelijk. Dit is dus uitgesproken door de kerkelijke leiders. Dit heeft veel met mij gedaan. Het is zoiets alsof zij bij mij de ‘navelstreng’ hebben doorgeknipt. Als deze uitleg (dus: een confessionele erkenning) aan een verzoek om verbondenheid gegeven blijft worden, kan en mag ik er niet meer om vragen. Dat was een diepe ontdekking, maar wel heel ontdekkend. |
Maar die handreiking dan? | Ik ga voorbij aan de 38 sprekers die zich daarna gemeld hebben en die ieder twee minuten kregen. Onder hen waren voorstanders en tegenstanders. De besluitvorming naderde. Eerst werd ‘een besluitvoorstel bij het verenigingsbesluit’ in stemming gebracht. Deze vond ik ’s morgens op mijn tafel. Het zou hierbij gaan om een nieuwe handreiking voor de bezwaarden. Zelfs het RD kopte het vrijdag op de voorpagina zo. Maar was het een handreiking? Misschien wel zo bedoeld, maar feitelijk vanwege de inhoud voor bezwaarden in het geheel niet. De kerkorde gaf al aan dat hervormde gemeenten zich in het bijzonder verbonden mogen weten met de gerefor-meerde belijdenissen. In de hand-reiking van juni j.l. heeft het moderamen duidelijk gemaakt dat bezwaarde gemeenten zich verbonden mogen weten met de gereformeerde belijdenisgeschriften en daarmee in de kerk mogen staan. Dit is nu nog wat ‘aangescherpt’:
De generale synode spreekt, teneinde de bezwaarde gemeenten gelegenheid te bieden hun plaats in te nemen in de Protestantse Kerk in Nederland -zonder af te doen aan de vastgestelde kerkorde van de verenigde kerk -uit dat
1. bezwaarde hervormde gemeenten die de in bovenvermelde notitie opgenomen Verklaring aanvaard en ondertekend hebben, zich gebonden mogen weten aan de belijdenisgeschriften van de gereformeerde traditie, zoals deze in artikel 1-4 van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (en voordien in artikel X-2 van de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk) zijn ge- noemd, en
2. de kerkenraden van deze gemeenten de mogelijkheid hebben op grond daarvan leiding te geven aan het leven en werken van de desbetreffende gemeenten.
Wel, lees dit eens goed door:
a. ‘Zonder af te doen aan de vastgestelde kerkorde van de verenigde kerk’, zo staat er tussen gedachtestrepen. Maar juist deze woorden geven een streep door de gedachte van meer ruimte. Als er aan de vastgestelde kerkorde niets wordt afgedaan, wordt er dus niets aan toegedaan! Er wordt niets aangereikt wat kerkordelijk nog niet mogelijk was! Wat er geschreven is, blijft geschreven. Dat is en blijft het kader waarbuiten niemand treden kan.
b. Bezwaarde hervormde gemeenten die de in bovenvermelde notitie opgenomen Verklaring aanvaard en ondertekend hebben, mogen zich gebonden weten aan de belijdenisgeschriften van de gere-formeerde traditie.
Ook dit is niet nieuw. Het wordt zodanig geformuleerd dat je zou kunnen denken dat je alleen gebonden bent aan de gerefor-meerde belijdenisgeschriften, maar waarom hebben moderamen en KOA zich met hand en tand verzet tegen dat ene woordje ‘uitsluitend’? ‘Uitsluitend gebonden aan’. Of desnoods: ‘en datgene uit de andere belijdenisgeschriften dat hiermee in overeenstemming is’ of ‘en wel zodanig dat in geval van conflict met een van de andere belijdenisgeschriften, voor hen de gereformeerde gelden’. Waarom kon dat niet? Omdat de kerkorde intact moet blijven. De kerk als geheel is gebonden aan alle belijdenisgeschriften, waarbij hervormde gemeenten zich daarnaast en daarbinnen in het bijzonder verbonden mogen weten met. Alle gemeenten moeten toch ook blijven staan op die totale belijdenisgrondslag van de nieuwe kerk, want anders zou de zogenaamde eenheid er niet meer zijn. Een eenheid op papier trouwens, want de tradities moeten nu gaan beginnen met ontmoetingen en groeien in eenheid. De verbinding met het geheel is dus niet weggenomen. Integendeel, daar blijf je ook op aanspreekbaar.
1. Vanuit de verbondenheid met de algemene grondslag ben je geroepen de bijzondere verbondenheid van de anderen te erkennen en te respecteren;
2. je bent en je blijft ook geroepen, zoals even verder staat bij het besluit:
1. het moderamen van de generale synode te verzoeken het uiterste te doen om met (vertegenwoordigers van) de kerken-raden van bezwaarde gemeenten (die de verklaring en handreiking ondertekend hebben!) in gesprek te blijven over de wijze waarop de ontmoeting van de gereformeerde en lutherse tradities in de verenigde kerk dienstbaar gemaakt kan worden aan het groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk.
Ook al heb je de verklaring ondertekend, blijven ontmoeting van de tradities en het groeien in het gemeenschappelijk belijden van de kerk je roeping en ook je doel…
En dan nog iets. Het lijkt alsof hier nu artikel X van de hervormde kerkorde aan is toegevoegd. Maar let eens op de formulering:
‘zoals deze in artikel 1-4 van de kerkorde van de Protestantse Kerk in Nederland (en voordien in artikel X-2 van de kerkorde van de Nederlandse Hervormde Kerk) zijn genoemd,’
Ziet u niet dat de verwijzing naar de hervormde kerkorde tussen haken staat? En dat het enkel een verwijzing is naar de plaats waar ze vroeger ook genoemd werden? Niet meer en niet minder. Bovendien geldt deze verbondenheid alleen de gemeenten. Als een predikant vanuit de ene bondsgemeente die de handreiking wel ondertekend heeft, beroepen wordt in een andere die niets ondertekend heeft, bijvoorbeeld omdat men het convenant aanvaard had, dan gaat deze exegese niet mee! Als men formeel wil doen gaat het zelfs alleen om die gemeenten die op 12 december 2003 de Verklaring aanvaard en ondertekend hebben. Als een bondsgemeente die ‘naïef’ mee-ging in de fusie, later tot een ander inzicht komt, is men te laat. Het begint te neigen naar een sterfhuisconstructie.
Kortom
Als je alles op een rij zet, blijkt het net als bij de vorige handreiking om een handreiking te gaan waarvan het moderamen kon weten dat het geen handreiking was voor ons als bezwaarden. We hebben immers van meet af laten weten voor God en ons geweten uitsluitend gebonden te kunnen en te willen zijn aan de gereformeerde belijdenissen. En dat is wat het moderamen te vuur en te zwaard afwijst, omdat dit de kerk zou scheuren. In de wandelgangen werd ik er op gewezen dat dit werkelijk een ‘bananenschil’ voor de Lutheranen zou zijn (zoals een redacteur van Trouw dit noemde), omdat daarmee hun belijdenissen als onjuist zouden worden afgewezen. Opnieuw kan ik slechts de conclusie trekken dat het niet gaat om een handreiking, maar om een handleiding op de kerkorde. Ja, het is nog meer. Door deze aanvullende besluitvorming wordt des te meer onderstreept dat ook als je de Verklaring ondertekent, een gemeente nochtans geroepen is om en gedrongen wordt om mee te gaan in het groeimodel van het nieuwe belijden van de PKN.
Zaterdag
Aan het slot nog enkele reacties. Mijn vrouw is met mij mee geweest naar de synode en heeft ook de hele dag bijgewoond. Daar ben ik erg blij mee. Want het is zo moeilijk weer te geven wat er zo’n dag gebeurt. Haar reactie trof mij: ‘Ik wist niet dat ik zoveel van de kerk hield’. Vrijdag en zaterdag heeft de telefoon thuis niet stilgestaan. Ik heb niet veel meegemaakt dat dominees voor de telefoon huilden. Zaterdag gebeurde dat één- en andermaal. Het heeft velen diep, diep geraakt.
Toen ik zaterdagavond naar het panel op de EO luisterde werd ik op een andere wijze diep getroffen. Het ontbrak er aan dat twee panelleden die een oprisping kregen mijn naam noemden, maar het waren felle woorden over misleiding van de media en aanjager zijn van afscheiding. Dat schuurt diep en is heel pijnlijk, als je weet hoe je vele jaren met andere broeders als de weduwe in de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter, steeds weer op de stoep van de synode hebt gestaan om te vragen: ‘doe ons recht’. Nee, ‘doe Gods Woord recht, doe de religie van de belijdenis der vaderen recht, geef ons niet slechts een eigen plekje maar een kerkordelijke mogelijkheid om op oprechte wijze uit-sluitend met de gereformeerde belijdenis in het geheel van de kerk te staan’.
Er werd door het panel zelfs beweerd dat het homohuwelijk uitgebuit werd, terwijl dit nu in de Hervormde Kerk ook al gevonden wordt. Daar zouden de bezwaarden niets van gezegd hebben. Mij staat nog vers in het geheugen dat ik in 1989 als synodelid direct na de motie Te Velde-Kloosterboer de hartenkreet slaakte: ‘ik weet niet of ik nog langer Hervormd kan blijven’. Hetzelfde panellid dat nu beaamde dat er door bezwaarden in de Hervormde Kerk niets gezegd was, ver-weet mij toen openlijk in de pers de geesten uit de fles gehaald te hebben, die er zo snel mogelijk weer in moesten. Ook toen werd ik neergesabeld. Dit is dus duidelijk aanwijsbaar laster. (Bovendien gaat men er aan voorbij dat zelfs de wereldkerk op dit aspect scheurt.) Het treft diep, maar te-gelijk mag je door Gods genade jezelf realiseren dat de HEERE gelukkig alles weet en alles van je weet. Zo brengen zulke aantijgingen je uiteindelijk principieel niet aan het wankelen.
Het leert ons tegelijk om niet op dezelfde wijze de waarheid geweld aan te doen en met modder te gooien. Laten we voorzich-tig wandelen. Geen etiketten plakken op anderen die wel meegaan. Laat hun keuze hun verantwoordelijkheid zijn voor God. Wij hebben slechts verantwoording af te leggen waarom wij niet kunnen en maak dan ook maar duidelijk dat het gaat om een niet mogen en daarom om een niet kunnen en slechts zo door genade om een ook niet willen meegaan en dat dit totaal iets anders is dan de volgorde het niet willen en daarom te denken niet te kunnen en te verkopen als niet mogen.
Aanvaard het om daarbij gekastijd te worden met kerkbeelden van Hollandse bodem die doel in zichzelf geworden zijn, terwijl Christus Zelf aangaande Zijn Kerk anders leert. Er zal nog menige beschuldiging en laster geuit worden, als deze maar niet uit onze mond komt.
R.van Kooten
| |
| | Laatst gewijzigd: donderdag 18 december - Geplaatst: woensdag 17 december |
|
|
|